Paul us Spijkers is een echte Carnavalsvierder, en de code '11-11' is voor hem heilig: hij gebruikt (minstens) 11 woordenboeken - Van Dale's Groot woordenboek der Nederlandse taal, in drie delen, Van Dale's Groot woordenboek NF-FN, ND-DN en NE-EN, en NN, alsmede het 'Taalkundig handboekje, of Alphabetische lijst van alle Nederlandsche woorden, die wegens spelling of taalkundig gebruik aan eenige bedenking onderhevig zijn' van J.H. van Dale, 'Vijfde, vermeerderde Druk. Herzien en met de spelling van het woordenboek der Nederlandsche taal in overeenstemming gebracht, door J. Manhave', 1881.

Thans is het voor deze Spijkers echter letterlijk en figuurlijk carnem levare: het vlees is [tijdelijk] weggenomen. Echter Spijkers treurt niet, want vandaag is het Laetare [Verheug U / Halfvasten], de vierde zondag in de Veertigdagentijd, een periode van bezinning. Op deze zondag wordt gevierd dat de vastentijd halfweg is en dat (over drie weken) het Paasfeest in aantocht is. Bovendien is de lente net - in Nederland twee dagen geleden - begonnen, dus is de dag gedurende nog bijna een half jaar langer dan de nacht, de duisternis is opnieuw verdreven - gelet op de inherente opaciteit ervan kon dat ook niet anders(!) - en het licht schijnt U toe, in deze meest transparante tijd van het jaar, corona(virus) of niet.

Behalve Paul us Spijkers beschouwden vele andere geleerden het hier bedoelde fenomeen al, zoals ook Horatius deed: 'Pictoribus atque poetis quidlibet audendi semper fuit aequa potestas' [Aan schilders en dichters is altijd de meest mogelijke vrijheid toegekend in het kiezen van hun onderwerp]!